Alles over kunst

Artikel

Bovenbouw Architectuur en Christ & Gantenbein ontwerpen het nieuwe M HKA

Petrus  Kemme

Bovenbouw Architectuur en Christ & Gantenbein zijn geselecteerd als ontwerpers van het nieuwe M HKA in Antwerpen. Hun eigenzinnige museumtoren zal de plaats innemen van het leegstaande Hof van Beroep, op een prominente positie aan de gedempte Zuiderdokken. Met de nieuwe ontwerpers begint het M HKA aan een langverwachte volgende episode in het verhaal van hun huisvesting. Dat verhaal vertelt ook iets over de eigenaardige positie van de museumarchitectuur in België.

Het concept waarmee Bovenbouw en Christ & Gantenbein hun selectie verworven is een gebouw met twee gezichten, op meerdere niveaus. Zo rechtlijnig als de gevel aan de Schelde is, zo grillig verspringt de gevel aan de parkkant. Het profiel speelt met de grenzen van de tweeledige bouwenveloppe: een horizontale sokkel met een toren erbovenop. Op een van de collages verschijnen niet geheel toevallig de identieke blokkentorens (zij het liggend en staand) van Luc Deleu’s Schaal en Perspectief (1980). In de blokkentoren van het nieuwe M HKA wisselen open en gesloten volumes elkaar af. Het museum wil een open huis zijn voor iedereen, maar ook een geborgen ruimte maken voor hedendaagse kunst. Het gebouw zet zijn voetafdruk perfect in de pas van zijn buren, maar steekt met een overkraging zijn neus uit in het park. Met 80 meter torent het boven de buurt uit, om zich in de rij Antwerpse torens te positioneren. Het ontwerp zit boordevol dergelijke ambiguïteiten, die het gebouw zijn unieke karakter geven.

Architect Emanuel Christ (Christ & Gantenbein) omschreef het ontwerp eveneens met enige dubbelzinnigheid: ‘confident, but modest’. Het gebouw heeft absoluut de ambitie om een stedelijk icoon te worden, maar legt inderdaad ook enige nuance aan de dag. De context doet immers veel. Het stratenplan van het Zuid is gemaakt om iconische perspectieven te bieden, en de oorspronkelijk gevraagde oppervlakte zat over de grens van wat de bouwgrond aankan. De architecten stapelen de functies behoorlijk rechttoe rechtaan op elkaar. Door te spelen met de diepte van het gebouw schroeven ze de monumentaliteit zelfs eerder iets terug, dan dat ze die aandikken. En toch zal het nieuwe M HKA een icoon zijn, of het dat nu wil of niet.

Nieuwe stedelijke landmarks zijn zeldzaam, nieuwe museumgebouwen nog zeldzamer. Het M HKA-project is opmerkelijk in een land waar herbestemmingen en uitbreidingen al honderd jaar de norm zijn voor museumarchitectuur (met het MAS als vermeldenswaardige uitzondering). Er is geen levende traditie van autonome museumarchitectuur in België. Dat versterkt mogelijk de onwennigheid van het gepresenteerde project. Het tonen van kunst in ruimtes die daar stukje-bij-beetje voor ingericht zijn, is diep verweven met de hedendaagse kunstmusea in het bijzonder. Hetzelfde geldt voor de lokale architectuur. De omgang met het bestaande is een van de voornaamste thema’s in de internationale fascinatie voor Belgische architectuur van de afgelopen decennia. Grote nieuwe kunsttempels zijn niet echt de specialiteit van de lokale architectuurcultuur. En misschien is dat maar goed ook, als we naar de wereldwijde opmars van museale spektakelarchitectuur kijken.

De afwezigheid van nieuwe museumbouw in ons land verklaart ook deels het moeizame traject naar deze gunning. De procedure van de afgelopen twee jaar was de doorstart van een Open Oproep uit 2019, die net voor gunning strandde omdat de ambities en budgetten uit elkaar waren gegroeid. De Open Oproep is nochtans hét instrument waarmee de Vlaams Bouwmeester al ruim twintig jaar publieke opdrachtgevers aan architecten koppelt, met architecturale kwaliteit als voornaamste factor. De formule werd in 2023, bij de doorstart van het M HKA losgelaten, al bleef de Vlaamse Bouwmeester betrokken. Een nieuwe procedure werd op maat van het M HKA bedacht en mikt op een ‘bouwteam’, een samenwerkingsverband tussen opdrachtgever, architect en aannemer – in die volgorde. Het traject verkent de middenweg tussen de klassieke aanbesteding (aannemer via offerte o.b.v. uitgewerkt ontwerp) en een ‘Design&Build’ (architect en aannemer zijn vanaf de kandidatuur aan elkaar verbonden). De nadruk op architecturale kwaliteit blijft voorop staan door architect en concept eerst te selecteren en vervolgens de aannemer, terwijl die wel in een zo vroeg mogelijk stadium mee aan tafel zit voor de verdere uitwerking van het ontwerp. De hoop is dat het M HKA model kan staan voor grootschaligere projecten in de toekomst, museum of niet. De ambitie van het M HKA rekt daarmee het instrumentarium voor publiek opdrachtgeverschap in Vlaanderen op.

Het ontwerpteam illustreert ook het plafond dat projecten van deze schaal betekenen voor lokale architectuurpraktijken. Het team is, zoals verwacht bij zo’n project, een internationale alliantie. Bovenbouw werkt vanuit Antwerpen met zo’n twintig medewerkers aan een veelzijdig portfolio, stelde hun werk tentoon in het VAi/De Singel en vertegenwoordigde België in 2021 op de Biennale Architettura in Venetië. Christ & Gantenbeins team is ongeveer vijf keer zo groot en staat bekend om hun museumprojecten in Basel en Zürich. Een ideale tandem voor dit project dus, maar ook illustratief voor het fenomeen dat internationale bureaus kansen vinden in België, terwijl die in omgekeerde richting veraf lijken. Qua gelijkwaardige internationale uitwisseling loopt de hedendaagse kunst duidelijk voor op architectuur.

Misschien kan het internationale ambitieniveau van een museum als M HKA in de omgekeerde zin wel afstralen op het architectuurveld, zodat we naast kunstenaars ook meer architecten in beide richtingen de grens over zien gaan. We hebben immers best wat te bieden. Schoorvoetend iconische museumarchitectuur, bijvoorbeeld.