Ineens gebeurt het: te midden van zalen vol schetterende neonkleuren, reflecterend materiaal en assemblages vol knipsels, speelgoedpoppetjes, families van bizar uitgeruste etalagepoppen en rolstoelen, is er ademruimte. Witte klei, in een stille vitrine, op een maagdelijk witte sokkel, met de afdruk van twee handen er nog in. Met een trefzekere, liefhebbende kneep vormde Isa Genzken (Duitsland, °1948) haar hersenen in pleister. Er steekt een haakje uit, een antenne voor energieën, stedelijke chaos en reuring. Hier zijn we bij de kern van de zaak geraakt, de hersenen waaruit al die 300 werken die nu de zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam vullen, zijn ontsproten. Veertig jaar lang produceert ze: films, soms absurdistisch, assemblages en objecten. De oogst is enorm.
Dit artikel is digitaal nog niet volledig beschikbaar. We werken aan ons archief.