Alles over kunst

Expo  HART Nr. 204

Waarom iemand de handen vuil moet maken

Victor Papanek in C-Mine Genk

Praktische info

Victor Papanek, The Politics of Design tot 12 juli in C-Mine Genk. Open di-zo van 10-17 u. www.c-mine.be/Papanek

De retrospectieve rond de founding father van Social Design Victor Papanek in C-Mine Genk mag dan al van pre-Corona-tijden dateren, ze komt als geroepen om een designwereld die breed haar machteloosheid etaleerde een exit-strategie aan te reiken.

Key visual for the exhibition »Victor Papanek: The Politics of Design« by Daniel Streat, Visual Fields © Vitra Design Museum, 2018

In 2016 schreven we bij wijze van inleiding op Zingend door de Zondvloed, over leven, overleven en ontwerpen in een omgekeerde wereld, een essay dat in de catalogus van de Interieur Biennale verscheen: ‘Nu chaos de nieuwe wereldorde is, en crisis niet langer de uitzondering maar de regel, valt niet te voorspellen wat de toekomst voor next-generation designers in petto heeft, (…) Maar nu al worden alle designprincipes van gisteren door hun tegendeel verdrongen. Designers blijft geen keuze: alles moet anders, ook als ze willen overleven. Het volstaat niet out of the box te denken. We moeten een compleet nieuwe doos ontwerpen.”

Dat kan velen toen als slappe sciencefiction in de oren hebben geklonken. Maar intussen sloeg Covid-19 toe, en de algehele chaos die daar op volgde. De kans is groot dat het van kwaad naar erger zal gaan, al was het maar omdat het allicht decennia duurt voor men een afdoend vaccin vindt. Dat we in een omgekeerde wereld zijn aanbeland mocht onder meer blijken uit het feit dat Afrika, Oost-Europa of door vrouwen bestuurde staten de pandemie by far het best bleken op te vangen, terwijl technologisch zogenaamd geavanceerde landen, en vooral diegene die machistisch worden bestuurd, zoals de US, zich als failed states openbaarden.

Ook de officiële designwereld etaleerde breeduit zijn onmacht, niet zozeer omdat toonaangevende evenementen zoals de Milan Design Week en de Interieur Biennale hun volgende editie annuleerden in plaats van naar alternatieven op zoek te gaan, maar omdat voor het overige enkel het Grote Stilzwijgen heerste. Hooguit werden wat maskertjes en posters aangemaakt, of online debatten georganiseerd.

Algemeen belang voorop

Wie in C-Mine Genk door de retrospectieve Victor Papanek, The Politics of Design loopt – een internationaal rondreizende tentoonstelling die van pre-Coronatijden dateert – kan zich niet van de vraag ontdoen hoe hij op deze crisis zou hebben gereageerd, vijftig jaar nadat hij met Design for the Real World als geen ander die machteloosheid had ontmaskerd, en het meest iconische manifest publiceerde voor een beweging die intussen naast social design ook speculative -, radical -, critical -, en anti- design omvat. Allen hebben die met elkaar gemeen dat design niet langer als glijmiddel mag dienen dat de industrie whatever aan whoever helpt verkopen, in whatever way – zoals tot nu het geval was – maar het algemeen belang voorop dient te stellen, inclusief dat van toekomstige generaties – ja, van de hele planeet.

Een en ander brengt uiteraard een heel andere agenda met zich mee voor de designer, die niet langer – vaak totaal overbodige – oplossingen voor welomlijnde problemen moet bedenken, hoe schadelijk ook, maar uiterst complexe Wicked Problems als Climate Change dient aan te pakken, of epidemieën, die Papanek al steevast in zijn top vijf van prioriteiten had staan. (In België zou hij zich dan ook dood hebben geërgerd aan het feit dat de problemen in de aanpak en dus ook het drieste dodental zich lieten herleiden tot een manke communicatie, en dus een designprobleem). Voorbij is ook de tijd van de sterdesigner, die zijn faam aan wat glamoureuze Objects of Desire dankt. Objecten spelen overigens nog slechts een bijkomende rol, in een wereld waarin het in de eerste plaats om systemen en processen draait, en ons bestaan door een almaar wijder om zich heen grijpend maar zelf ongrijpbaar netwerk van algoritmes wordt geregeerd.

Met de duivel in zee

Installatiezicht C-Mine (c) Vitra Design Museum. Foto: Selma Gurbuz

De vele diagrammen in de tentoonstelling in C-Mine tonen wat Papanek al in pre-internet-tijden echt uniek maakte: zijn inzicht dat deze complex ‘vernette’ problemen alleen door netwerken van specialisten van de meest uiteenlopende aard zouden worden aangepakt, en dat de designer zich hierbij uiterst bescheiden als mediator zou wegcijferen. Het is de verdienste van de curatoren van deze retrospectieve – Amelie Klein van Vitra Design Museum in Basel, en Alison J. Clarke van de Victor J. Papanek Foundation in Wenen – dat zij daarbij ook aantonen dat Papanek er niet vies van was om zelfs met de baarlijke duivel in zee te gaan, zoals de CIA, het Amerikaans militair-industriële complex, of bedrijven als Dow Chemical Company, dat het beruchte Agent Orange ten behoeve van de oorlog in Vietnam produceerde – zolang dat maar schot bracht in de zaak.

Sommigen mogen daar vreemd van opkijken, maar wie in de duistere pagina’s van de designgeschiedenis duikt, kan daar alleen maar uit besluiten dat die ‘dubbelzinnigheid’ altijd al de grootste designers typeerde, tot en met een Mies van der Rohe of Le Corbusier. Het is een ambiguïteit die in wezen tot de beruchte Mains Sales-vete tussen Sartre en Camus terug te brengen valt, en de doorsnee kunstenaar doorgaans van de doorsnee designer onderscheidt: terwijl een designer er de handen niet voor omdraait om diezelfde handen vuil te maken, zal een kunstenaar – Camus achterna – zich eerder als ‘een zuivere ziel’ poseren, die de handen in onschuld wast.

Bij het blootleggen van die vele paradoxen in Papaneks leven en werk is het deze tentoonstelling er om te doen aan te tonen dat zoiets als een honderd procent goedaardig of ‘onschuldig’ design niet bestaat, en dat zelfs social design altijd wel een asociale keerzijde heeft. Ook de hedendaagse projecten die in de tentoonstelling de invloed van Papanek illustreren, ontsnappen daar niet aan. Zo wordt bijvoorbeeld ook de hijab uitgelicht die Nike recent voor sportvrouwen als alternatief voor de weinig praktische hoofddoek lanceerde. “Enerzijds is het een ‘inclusief’ design dat deze vrouwen de kans biedt om zich via sport maatschappelijk te integreren,” zegt Amelie Klein, “Maar anderen zullen daar ongetwijfeld tegenoverstellen dat het de onderdrukking van vrouwen bestendigt. Beiden hebben gelijk, en het bewijst nog maar eens dat zoiets als een one bullet solution ook in social design niet bestaat. Wie het tegendeel beweert is naïef, of een oplichter, maar hoe dan ook gevaarlijk.